Nederlandse internetapotheek DocMorris krijgt vrij baan in Duitsland na uitspraak van Europees Hof van Justitie

Recentelijk heeft de rechter zich uitgesproken hoe selectief je mag (instrueren om te) zijn inzake selectieve betaling van schuldeisers; een ‘gespecialiseerd insolventieadviseur’ instrueerde verkeerd en is als feitelijk beleidsbepaler persoonlijk aansprakelijk tegenover de schuldeisers, aldus het Gerechtshof Amsterdam.

In een interessant arrest van 19 oktober 2016 heeft het Europees Hof van Justitie geoordeeld dat een Duitse regeling over prijsbinding van receptplichtige geneesmiddelen in strijd is met het vrije verkeer van goederen. Door deze uitspraak krijgen internet- en postorderapotheken meer ruimte om uit te breiden binnen de Europese interne markt.

Casus De Nederlandse postorderapotheek DocMorris heeft met de Duitse vereniging voor Parkinson patiënten (DPV) de afspraak gemaakt dat de leden van DPV via een bonussysteem tegen een lagere prijs Parkinson medicatie kunnen afnemen. De prijs van de Parkinsonmedicatie die DocMorris aanbiedt komt door het bonussysteem lager te liggen dan de gereguleerde minimumprijs die de Duitse regering heeft vastgesteld. Volgens een Duitse vereniging die oneerlijke mededinging bestrijdt (de ZBUW), is dit bonussysteem in strijd met deze regelgeving en hebben de traditionele apothekers hierdoor last van oneerlijke concurrentie van postorderapotheken.

Oordeel Oberlandsegericht Düsseldorf

Het Oberlandsegericht Düsseldorf, de rechter die over dit geschil moet oordelen, stelde aan het Hof van Justitie een aantal prejudiciële vragen. Ten eerste stelt deze rechter de vraag of de Duitse regeling in overeenstemming is met het vrij verkeer van goederen, art. 34 VWEU. Daarnaast wil de Duitse rechter weten of, in het geval dat de regeling in strijd is met het vrij verkeer van goederen, de uitzonderingsregel van art. 36 VWEU van toepassing is, meer specifiek ter bescherming van de gezondheid en het leven van personen. De Duitse regering vreest namelijk dat de postorderapotheken zullen zorgen voor een moordende prijsconcurrentie die de teloorgang van traditionele apotheken in met name dunbevolkte gebieden met zich zou meebrengen. Dit zou ten koste kunnen gaan van een veilige en kwalitatief hoogstaande geneesmiddelenvoorziening.

De uitspraak van het Hof van Justitie

In antwoord op de eerste vraag geeft het Hof aan dat volgens haar vaste rechtspraak het verbod van art. 34 VWEU ziet op iedere maatregel van lidstaten die invoerstromen tussen lidstaten al dan niet rechtstreeks, daadwerkelijk of potentieel kan belemmeren. Het Hof overweegt dat de Duitse regeling ervoor zorgt dat de verkoop van geneesmiddelen uit andere lidstaten in Duitsland onevenredig wordt bemoeilijkt ten opzichte van nationale geneesmiddelen. Ten eerste redeneert het Hof dat prijsconcurrentie voor postorderapotheken bepalend is voor hun mogelijkheid om rechtstreeks toegang te krijgen tot de Duitse markt en op deze markt competitief te blijven. Anders dan traditionele apotheken zijn postorderapotheken namelijk niet in staat om zich te onderscheiden via individueel advies en om de geneesmiddelenvoorziening te garanderen in spoedgevallen.

Ten tweede is postorderverkoop volgens het Hof een belangrijk middel voor apotheken buiten Duitsland om rechtstreeks toegang te kunnen krijgen tot de Duitse markt. Er is volgens het Hof dan ook sprake van een beperking van het vrije verkeer van goederen door de regeling.

Ten aanzien van de tweede vraag, of de beperking kan worden gerechtvaardigd, betoogt de ZBUW dat het stelsel van uniforme prijzen wordt gerechtvaardigd, omdat de traditionele apotheken een veilige en kwalitatief hoogstaande geneesmiddelenvoorziening waarborgen doordat zij zorgen voor individuele adviezen en voor een doeltreffende controle van de afgeleverde geneesmiddelen. Deze waarborg voor een kwalitatieve goede voorziening zou anders in het gedrang komen. Het Hof van Justitie is echter niet overtuigd en oordeelt dat de Duitse wetgeving een niet-gerechtvaardigde beperking van het vrije verkeer van goederen vormt. Het Hof constateert zelfs dat het tegendeel aannemelijk is: een toegenomen prijsconcurrentie zal naar verwachting bevorderlijk zijn voor een gelijkmatige geneesmiddelenvoorziening, omdat de prijsconcurrentie een aansporing zou vormen voor apotheken om zich te vestigen in gebieden waar het geringe aantal apotheken de mogelijkheid zou bieden om hogere prijzen in rekening te brengen.

Conclusie

Het Hof van Justitie oordeelt dat de Duitse regeling voor uniforme medicijnprijzen niet legitiem is, omdat dit zorgt voor een beperking van het vrije verkeer van goederen waardoor apotheken uit andere lidstaten moeilijker tot de Duitse markt kunnen toetreden. Met deze uitspraak van het Hof is voor de internet- en postorderapotheken een belangrijke horde genomen en kunnen deze bedrijven zich verder uitbreiden binnen Europa. Het is nog afwachten welke gevolgen deze ontwikkeling heeft voor de traditionele apotheken.

Top